Eten wat de pot schaft

Van Gjirokastër naar Përmet.

Ze tikt samenzweerderig met alle vingers van beide handen tegen haar lippen en wenkt me mee te komen. Alsof we een geheime missie te vervullen hebben loopt ze al wenkend voor me uit naar het minuscule keukentje. Of wat daar voor moet doorgaan. Eerst gaan we links: daar licht ze deksels op van twee pannen, pakt een vork uit een la en laat mij proeven. De eerste is een onbestemd goedje waar ik iets van sperziebonen in herken. De andere pan bevat stukken kip met aardappel (die niet gaar lijken). Vervolgens keren we om en steken we de 2 meter over naar de andere kant van haar restaurantkeuken. Daar, op 1,5 m2 staat een houtgestookt fornuis hitte af te geven en ligt een gootsteen vol vaat. Op het fornuis staat soep te pruttelen. Ook daar mag ik van proeven. Bonensoep. 
Hmmm..  Uiteindelijk gaan we akkoord met de door haar voorgestelde salade-uit-eigen-tuin en een bord zelfgemaakte bonensoep. ‘Alles Bio,bio,bio’ zegt ze, wijds om zich heen gebarend. We krijgen ‘meloen uit eigen tuin’ toe. 
De wijn die ze erbij serveert doet meer denken aan een stevige Port dan aan een soepele rode wijn. 
Ondertussen zit opa met z’n kleinzoon aan een stuk door te kaarten en wordt het kind tussendoor van eten voorzien. 
En we moeten toegeven: het smaakt allemaal heerlijk. 

Vertrek van Family Camping Gjirokaster
Opa en kleinzoon zijn aan het kaarten
De kampeerplek Vjosa Explorer

We staan op Camperplek ‘Vjosa Explorer’ voor een bezoek aan de thermaalbronnen bij Permēt. Het restaurant waar we zitten te eten ligt er pal naast. 
De weg er naar toe was weer van een uitdagende schoonheid met diverse vergezichten op de rivier en een waanzinnig mooie slingerende route.  

Die thermaalbronnen zijn weer een fenomeen op zich. Onder een boogbrug daterend uit de Ottomaanse overheersing kronkelt een rivier. Aan weerszijden daarvan liggen thermaal bekkens die gevoed worden vanuit diverse bronnen. Het water is redelijk warm. 
Het is heerlijk om er even te vertoeven en in het water rond te hangen. Dat vinden velen met ons. En toch is het niet eens makkelijk te vinden, de verharde weg houdt ineens op en je moet weten dat je even linksaf een gravelweg op moet. Op de grote parkeerplaats staan een aantal campers maar hier mag je eigenlijk niet overnachten, dit is een natuurgebied. Sommigen wagen het erop maar je kunt net zo makkelijk met een boete weggestuurd worden. 
Dus heeft iemand het ondernemende plan bedacht om direct voor de parkeerplaats een rechthoekige lap grond te ontginnen, stroom aan te leggen, een hokje met 2 wc’s en 1 douche te maken en buiten een gootsteentje neer te zetten. Watervoorziening vanuit de bergen dat wordt opgeslagen in drie grote tonnen. 
Ondernemerschap ten top toch? Over een paar jaar zijn de jonge bomen volgroeid en is er dus heerlijk schaduw. Zeker weten dat er een groter toiletgebruik zal verrijzen. Tegen de avond stroomt het vol met campers, groot en klein. 

De Ottomaanse brug bij de thermaalbaden
De thermaalbaden bij Permēt
In de schaduw is het goed vertoeven

We komen op iedere camping of camperplek wel weer iemand tegen die we eerder gezien hebben: het Nederlandse stel met hun omgebouwde brandweerwagen, het Zwitserse gezin dat al 8 maanden aan het reizen is, het Italiaanse gezin met 5 honden en het Duitse koppel dat zich, twee redelijk forse mannen, iedere avond opvouwt in een klein VW-busje. Ze zijn overigens heerlijk spraakzaam en voor we er erg in hebben zitten we met ze te bomen welke haven nou echt de grootste is: Hamburg of Rotterdam (er schijnt een competitie tussen de twee steden gaande te zijn).
Meestal zijn de vragen die gesteld worden steeds hetzelfde: Waar kom je vandaan, hoe lang ben je al in Albanië en wat is je volgende bestemming.