Raki is overal goed voor
De campingdame is redelijk resoluut: Ze pakt er een fles Raki bij. Nee, we krijgen ‘s ochtends om 10 uur geen drankje aangeboden: ze giet de fles zowat leeg over Ariaan z’n hoofd. Ontsmetten! ‘Is good’, zeggen zij en haar man.
Even tevoren heeft Ariaan een frontale botsing gehad met een openstaand camperraam. Het bloed sijpelt in straaltjes van zijn hoofd en we krijgen het niet gestelpt. We vragen de campingreceptie of er een dokter in de buurt is?
‘No doktor, Hospital!’ zeggen ze. Dat lijkt ons weer een beetje overdreven dus komt eerst de fles Raki tevoorschijn.
Nadat een uur later nog steeds wat bloed sijpelt brengen ze hem toch maar even naar het ziekenhuis. Dat ligt overigens op 2 minuten rijden afstand. Hechten blijkt niet nodig, wel vinden ze dat bijeen Tetanus prik moet hebben. Ok dan maar, camper ruiten zijn kennelijk gevaarlijk.
Terug op de camping bespreken we met onze Zwitserse buren verschillende helmen die mogelijkerwijze passend zouden kunnen zijn om vervolg letsel te voorkomen.

Uiteindelijk gaan we dan Gjirokaster in. Een van de oudste steden van Albanië en prijkt inmiddels op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het enórme kasteel (echt het grootste dat ik tot nu toe gezien heb) dateert van ver voor de 12e eeuw. De tijdlijn in de hal laat een lange geschiedenis zien. En, ik zou bijna zeggen natuurlijk, heeft het ook als gevangenis gediend.
Kennelijk lenen kastelen zich daar uitermate goed voor.
De kern van Gjirokaster is pittoresk en druk. De foto’s in de boeken of op internet zijn waarschijnlijk allemaal gemaakt tijdens een lockdown: je ziet slechts een paar mensen lopen. Totaal ver bezijden de werkelijkheid: het is gewoon loeidruk met toeristen. Waar wij er twee van zijn :-).
Maar het is leuk en gezellig. Een aaneenschakeling van restaurantjes in de stijle straatjes met daar tussendoor allemaal kleine winkeltjes. ‘De Bazaar’ genoemd. Wat ik alleen nooit begrijp is waarom alle restaurants allemaal precies hetzelfde moeten serveren (Here! Traditional Food!) Echt geen enkele variatie. En hetzelfde geldt voor de winkeltjes: allemaal exact hetzelfde aanbod, allemaal authentiek en handgemaakt en allemaal met het label van dezelfde fabriek… Toch ontwaren we, toen we heel goed keken, een man in een keldertje dat stukken leisteen zat te beschilderen en ergens anders een dame met een groot weefgetouw die kleden zat te weven. Ze zijn er dus wel.





Een Café Frappé op een terras laat ons een tijd vergenoegd kijken naar een stoet bonte mensen die allemaal hetzelfde doen. Inclusief wijzelf.
