ALASKA HUSKY

Vandaag was de dag van de Hond. Kuierend en luierend door de ochtend heen togen we ‘s middags met ongeveer 24 medevakantiegangers uit Duitsland en België naar de Huskyfarm. De eigenaar, Martin, een naar Finland geëmigreerde Zwitser wachtte ons op om even een paar duidelijke regels met ons af te spreken. Hij sprak over onze veiligheid en over die van zijn familie: de honden. De bestuurder van de slee, de ‘musher’ heeft maar 1 taak: de slee mennen. Dat betekent: Met lichtelijk gebogen knieën wijdbeens op de ijzers achterop de slee staan, handen geen seconde van het ‘stuur’ afhouden en met 1 of beide voeten de rem voor de snelheid regelen.
De passagier mag lekker zitten, om zich heen kijken en films en foto’s maken. En kou lijden. En o ja, onder geen beding een hand, voet of hoofd buitenboord steken!

Nadat we ons dat allemaal goed ingeprent hadden en inmiddels de zenuwen kregen of wij deze zware taak wel aankonden, togen we richting honden. Die lagen al netjes aangespannen en in opperste opwinding te wachten tot ze eindelijk mochten vertrekken. Want deze honden willen dus niets liever dan rondjes rennen door de sneeuw terwijl ze iets achter zich aan trekken. Ieder zijn meug…

Het vertrek luistert allemaal heel nauw. Eerst de passagier in de slee. Dan de musher achter op en met een voet op een ijzer. Eerst worden de honden, die wel aangespannen zijn maar nog aan de ketting liggen, losgemaakt. Die beginnen dan te springen en te trekken. Je krijgt een seintje en dan wordt het touw waarmee de slee nog vast zit losgemaakt, de honden voelen de weerstand weggaan en zetten de sprint erin. Zelf moet je even een stukje meestappen om de slee los te krijgen van de sneeuw.

Over de rit kan ik kort zijn: super gaaf! Ik was als eerste de ‘musher’ en het is gewoon geweldig om achter op die slee te staan, te sturen (door je gewicht naar 1 ijzer te verplaatsen in de bochten), op de honden te letten (want zoals als Martin heel beeldend vertelde: we stoppen er voer in en dat komt er altijd aan de andere kant in een andere vorm weer uit) en honden kiezen daarvoor hun eigen momentjes…. het liefst als ze een slee aan het trekken zijn. Dus zodra een van de honden raar begint te lopen spring je bovenop de rem, steekt je hand omhoog en de hele karavaan van 7 sleden moet wachten tot mijnheer of mevrouw weer in staat is om verder te rennen. Zelf wil je ondertussen niet liever dan op de vlucht slaan vanwege de enorme stank die er uit zo’n beestje tevoorschijn komt. Maar ja, je mag niet van die rem af omdat de boel dan meteen weer op hol slaat.

Zodra een slee stil staat duiken de honden de sneeuw in om af te koelen. Heel leuk om te zien. Onderweg happen ze hier en daar wat sneeuw mee om te drinken.

Het verhaal over de honden hoorden we in de ‘Lavvu’, de traditionele ronde Samitent (lijkt op een Tipi). In het midden een lekker vuurtje met een ketel bessensap.
Het verbaasde ons dat deze Husky’s er heel anders uit zagen dan de welbekende husky van het plaatje. Die met die fluffy vacht, lichte ogen en een hoog knuffelgehalte. Dat knuffelen klopte wel maar de rest niet. Wat wij zien als sledehond is de Siberische Husky. Die wordt daar zeker ook wel gebruikt maar heeft veel minder kracht en uithoudingsvermogen dan de Alaska Husky. Dit zijn kleinere honden maar veel krachtiger en met veel meer uithoudingsvermogen. Ze zijn daar ook op gefokt.
Deze ‘farmer’ heeft 72 honden die beschouwd worden als een soort grote familie. Hij, en het personeel ook, kennen alle honden bij naam en horen aan de blaf wie het is. Wauw!

De honden worden binnen geboren en worden binnen gesocialiseerd tot ze drie maanden zijn en dan gaan ze naar buiten, de roedel in. Ze zijn dan gewend aan mensen, huishoudelijke dingen en onverwachte geluiden. De husky is als ras al heel vriendelijk en wil graag werken maar door deze behandeling zullen ze zeker nooit lelijk of vals doen. Als ze een jaar oud zijn worden ze getraind om in het tuig te lopen en uiteindelijk om aangespannen te worden voor de slee. Ze lopen altijd in een span van 5 of 6. Voordat ze ‘officieel’ mogen werken hebben ze al zo’n 500 kilometer op de teller staan. De honden werken door tot ze ongeveer 10 of 11 jaar zijn en gaan dan met pensioen. Het komt een enkele keer voor dat een hond niet met pensioen wil en dan mag ie nog wel even doorwerken. Het komt ook voor dat een hond niet voor de slee wil. Jammer maar dan gaat de pret inderdaad niet door.

Na afloop van de 2 x 10 kilometer sprint door verse sneeuw zijn de honden een beetje tot rust gekomen en willen doorlopend geaaid, geknuffeld en aangehaald worden. En dan zie je inderdaad hoe een lieve beesten dit zijn.

Wat een geweldig leuke belevenis!

‘s Avonds hebben we nog en poging ondernomen om het Noorderlicht te zien maar het fenomeen hield zich schuil.
Morgen weer een kans!